Maart 2013
De komende maanden zal Jos Reijnders berichten over zijn herstart in de hobby in de nieuwsrubriek van onze website. Hij heeft diverse hobbels moeten overwinnen bij de bouw van zijn hok, de aanschaf van nieuwe vogels en de richting die hij in wil slaan. Hier gaan diverse overwegingen, keuzes en gedachten aan vooraf, veel leesplezier […]

De komende maanden zal Jos Reijnders berichten over zijn herstart in de hobby in de nieuwsrubriek van onze website. Hij heeft diverse hobbels moeten overwinnen bij de bouw van zijn hok, de aanschaf van nieuwe vogels en de richting die hij in wil slaan. Hier gaan diverse overwegingen, keuzes en gedachten aan vooraf, veel leesplezier en doe er u voordeel mee!
Wanneer je net als ik voor de derde keer begint met deze prachtige hobby, ga je toch nadenken over wat je anders wilt doen dan de vorige keer. Dit op vele gebieden en het begint natuurlijk met de bouw van je nieuwe hok.
Buiten het feit dat je rekening moet houden met zaken als beperkte ruimte, toestemming om te bouwen, de beschikbare financiën e.d. is de centrale vraag wat is ideaal in mijn huidige persoonlijke omstandigheden en wat zijn de mogelijkheden.
Nadat het vogelhok er is komt de vraag; hoe ga ik het aanpakken met de vogels. Ook hier moeten diverse keuzes gemaakt worden. Hoe bereikt ik mijn ideaal en wat is mijn ideaal eigenlijk? Zeker als de oude lijn niet meer beschikbaar is dan ben je afhankelijk van andere vogels die je moet leren kennen omdat ze anders reageren dan de vogels die je kende. Gezien de hoge kosten is een investering in kwaliteit om weer zo snel mogelijk op het oude niveau terug te komen niet altijd mogelijk, daarom moet er dan een andere weg ingeslagen worden. Van een deel van de aangeschafte vogels is de achtergrond nog wel te achterhalen maar uiteindelijk moet je er achterkomen hoe ze vereven, zich gedragen, wat de verborgen positieve en negatieve eigenschappen zijn, zoals flecky, slechte bevedering, niet voeren om maar een paar problemen te noemen die zich voor kunnen doen. De mix aan vogels die je hebt aangeschaft of van bevriende kwekers hebt gekregen moeten geclassificeerd worden, daarbij komt de vraag op tafel; waar ga ik mee verder en waar neem ik afscheid van omdat dit niet past in mijn toekomstvisie en de eisen die ik stel aan de kwaliteit, de vitaliteit en de vruchtbaarheid. Hier liggen dus ook de kansen om het anders te doen dan in het verleden.
Diegene die net als ik meer dan 25 jaar geleden zijn begonnen met koloniebroed herinneren zich de veel te kleine broedblokken met wel 6 tot 8 jongen die er met vier weken door ruimtegebrek soms al uitvielen. Toch overleefden deze vogels met de hulp van de overijverige ouders, die ook op de grond deze jongen voorzagen van voldoende zaad. Ook de mannen waren zeer levenslustige en vlogen heen en weer door de vlucht en deden de zitstok trillen bij de landing. Veel geschetter en blinkende kraaloogjes om de poppen te imponeren. Poppen die in twee weken weer een zitstok hadden doorgeknaagd, of soms wel 6 tot 10 bevruchte eieren en een dito aantal jongen in een prachtig verenpakket.
OK ik weet het, wanneer ik dat wil moet ik weer terug naar de kleine parkieten en eventueel de koloniekweek. Dat is niet mijn insteek van dit verhaal, het tegenovergestelde zelfs, ik ben een vooruitstrevende kweker. Het ideaal vind ik prachtig
en ik hou van extremen en progressie in de hobby. Ook heb ik al vogels gezien die op onderdelen het ideaalbeeld al voorbij zijn, dus in mijn ogen beter zijn dan het ideaal van dit moment. Progressie is nodig ,we moeten niet terug willen wel bepaalde aspecten verbeteren. Hoe dit te realiseren lees u in het nieuwsbericht van april.
