Mei 2013
Vier keurgroepcertificaten tijdens de baby-jong vogel show op 28 april 2013 te Brummen voor het partnership van Amelsvoort/Reijnders. Lees meer in het maandblad van de NGC-DBS over deze show. In deze mei nieuwsbrief het laatste deel van Jos Reijnders over zijn ideaal. HET NIEUWE IDEAAL VAN JOS REIJNDERS (deel 3) In dit deel een pleidooi […]


Vier keurgroepcertificaten tijdens de baby-jong vogel show op 28 april 2013 te Brummen voor het partnership van Amelsvoort/Reijnders. Lees meer in het maandblad van de NGC-DBS over deze show. In deze mei nieuwsbrief het laatste deel van Jos Reijnders over zijn ideaal.
HET NIEUWE IDEAAL VAN JOS REIJNDERS (deel 3)
In dit deel een pleidooi van Jos om het over een andere boeg te gooien en een stap richting de natuur te maken, oftewel ‘back to basic’ zodat we feitelijk een stap voorwaarts maken. Verhoudingsgewijs is het interieur (de essentiële organen zoals lever, harten longen) van onze moderne vogels niet zo revolutionair geëvolueerd als het exterieur. Populair gezegd moet het beestje met hetzelfde motortje meer werk verrichten om dat geweldige verenpakket te voorzien van de noodzakelijke voedingsstoffen. Hoe gaan wij dat in de toekomst managen?
VOEDING EN -SUPPLEMENTEN:
In de tijd van de ‘Engelandvaarders’ werden er meer eigen types gekweekt en de kwekers hadden daar ook hun eigen voedingsmethoden die soms door bezoekende kwekers werden overgenomen. Vervolgens hebben producenten een commerciële vogelmarkt ontdekt waarbij zij een overkill aan producten produceren en deze met allerlei verkoopstrategieën aan de man/vrouw proberen te brengen. Vogelkwekers die het beste voor hun vogels willen zijn snel te beïnvloeden en als er dan voor elk probleem wel een voedingssupplementen of medicijn beschikbaar is, dan is de verleiding erg groot omdat er aan problemen geen gebrek is. De organen van ons grasparkieten moeten steeds harder werken om deze supplementen te verwerken voor de groei van de overdadige veren en daarbij het afvoeren en ontgiften van de te hoge doseringen of verkeerde verhoudingen in de voeding. Het gevolg zijn verstoringen, korte levensduur, onbalans en zelfs plotseling overlijden. Het motto is dan ook pas je voeding aan en houd het zoveel mogelijk bij natuurlijke producten. Een goed zaadmengsel met eivoer aangevuld met hardgekookte eieren en gewelde haver of kiemzaad en wat groenten en/of kruiden brengt de voeding al een heel eind op de goede weg. Natuurlijk mogen we het grit en de maagkiezel aangevuld met een mineralenmengsel en vers water niet vergeten. Een probiotic voor de darmflora kan hier nog bij ondersteunen maar ik zou alert zijn op de doseringen en de regelmaat in het verstrekken van dit product. Zoals we vroeger parkietjes konden kweken op een droog simpel zaadmengsel aangevuld met in melk geweekt brood kunnen we natuurlijk niet meer te werk gaan. Maar met een gevarieerd menu met boven genoemde natuurlijke producten moet het lukken. Misschien is in dit geval ‘minder wel meer’ in plaats van ‘wat je er niet in stopt kan er ook niet uitkomen”, omdat het inwendige van de vogel niet essentieel is veranderd moet het met een complete voeding toch lukken om onze vogels vitaal en gezond te krijgen.
MEDICIJNEN:
Preventief kuren met medicijnen voor het kweekseizoen tegen o.a. trichomoniasis en coccidiose is ook steeds meer gangbaar. Je weet het maar nooit is dan de redenering en je kunt het maar beter voor blijven. Ik zal de laatste zijn die zegt dat je het niet moet doen als het geconstateerd is door een dierenarts. Maar preventief, misschien helpt het maar goed is anders. Beter is het om op te passen met nieuw ingebrachte vogels wanneer je een sterk bestand hebt. Door het voeren van natuurlijke producten in een zo compleet mogelijke samenstelling kan het immuunsysteem van de vogel beter opgebouwd worden.
HET VLIEGEN:
Veel vogels zitten als ze volwassen zijn vaak vier tot zes maanden of langer in de broedkooi. Ze hebben in principe geen natuurlijke vijanden meer en vluchten is steeds minder functioneel. Voor het voedsel hoeven ook niet veel inspanning gedaan te worden of afstanden overbrugd om dat dit voorgeschoteld krijgen. Je kunt je natuurlijk afvragen of onze ‘siervogels’ nog moeten kunnen vliegen? Omdat diverse vogels er problemen mee hebben kun je ook redeneren dat ze dan de rest van het jaar ook maar in kleine vluchtkooien moeten verblijven. Dan hoef je je ook niet druk dat maken dat ze niet goed vliegen en die smalle vleugelpennen, ja dat hoort er nu eenmaal bij. Maar elke kweker zou toch in zijn hart graag zien dat deze prachtvogel op de stok kon vliegen en het bijbehorende gedrag van een grasparkiet liet zien. Hoe zijn we eigenlijk aan die lange smalle veren gekomen? Door selectie op met name de lange kopbevedering zijn de rest van de veren ook smal geworden. Met de nieuwe trend uit Groot Brittannië, de waaierkoppen , zijn we de veren nog meer aan het versmallen. Selectie op het type bevedering en groeirichting is mogelijk door selectie dus dit kan ook op de veervelden. Enkele kwekers besteden hier al aandacht aan en selecteren gericht op brede slagpennen. Door selectie krijgen we weer een hardere, elastische schacht die ook minder veerproblemen geven zoals afbreken niet doorkomen e.d. Ook het houden in grote vluchten, waar ze verplicht moeten vliegen voor hun voedsel om te overleven bevorderd het terug kweken van het vliegvermogen. Een vorm van natuurlijke selectie, aldoende krijgen we weer fittere vogels die ook op andere fronten beter kunnen presteren.
VRUCHTBAARHEID:
Bovenstaande kan niet bereikt worden zonder vruchtbare vogels die over meerdere jaren jongen produceren anders valt er niet te werken aan het ideaal. Ik kom toch weer even terug bij de kleine parkietjes, misschien hebben ze nog wel een keer een functie maar daar willen we met onze standaardparkieten natuurlijk niet naar toe. Dit roept wel de vraag op, hoeveel vogels van vier jaar oud heb je nog in je bestand en kweken ze ook nog? Eigenlijk rekenen we er al niet meer op dat een vierjarige vogels nog jongen produceert. Maar mocht u er nog één hebben is het dan niet de moeite waard om deze te zetten en hierop te selecteren en hier een toekomst mee op te bouwen. Met vruchtbaarheid en dit op de langere termijn is een betere selectie mogelijk. Ook met grote nesten van zes tot acht eieren, die allemaal bevrucht zijn, uitkomen en de waarvan de jongen vitaal genoeg zijn om op stok te komen hebben we een toekomst. We moeten hier toch eens serieus over aan gaan nadenken. Moet die vogel met die perfecte groeirichting en mooie gooikop, die maar één ei heeft gelegd dat ook nog onbevrucht was volgens jaar maar niet meer ingezet worden? In vruchtbare lijn, waarvan de vogels over meerdere jaren ingezet kunnen worden komt een dergelijke eigenschap wel weer naar voren. Hoe vaak zie je niet dat in de eerste ronde in een nestje van twee tot vier jongen er geen goed jong bij zit, terwijl in de tweede ronde er superjongen bij liggen. Bij acht jongen in de eerste ronde hadden ze er al bij gezeten. Zo zie je maar dat je te snel kunt oordelen en er voldoende jongen nodig zijn.
RESUMEREND:
Om te kunnen werken aan het nieuwe ideaal moeten we in onderstaande volgorde op orde krijgen:
• Nummer één vruchtbaarheid (ook op de langere duur)
• Op twee fitte vogels met een goed innerlijk gestel
• Als derde vogels die kunnen vliegen.
Denk nu niet dat je op dit moment, wanneer je bij mij op het hok komt, dat alle vogels fit en vier jaar vruchtbaar zijn en dit zonder veerproblemen. Ook heb ik geen acht jongen per ronde per kooi. Nee verre van dat, maar ik ben me wel bewust dat ik die kant op moet. Ik heb het stuur wel in handen genomen want drie keer is scheepsrecht. Hopelijk gaan wij bewuster kweken en is bovenstaande weg een leidraad, niet terug naar die kleine parkietjes maar wel naar een gezond vogel bestand.
